
Highlights
Basisregistratie ondergrond (BRO)

Sinds 1 juli 2025 zijn overheden verplicht om bodemonderzoeken aan te leveren aan de Basisregistratie Ondergrond (BRO). Dit zorgt ervoor dat actuele en betrouwbare gegevens over de bodem centraal beschikbaar zijn. Hierdoor kunnen overheden en andere partijen betere afgewogen keuzes maken bij ruimtelijke plannen en ontwikkelingen. Dat draagt bij aan een veilige en duurzame inrichting van de leefomgeving.
De verplichting geldt voor alle nieuwe bodemonderzoeken, zowel in eigen opdracht als binnen wettelijke procedures.
Aanleveren van gegevens
Gemeenten en provincie zijn verantwoordelijk voor de gegevens (bronhouder). De ODMH levert deze gegevens aan namens hen. Wij registreren bodemgegevens in het bodeminformatiesysteem (BIS). Via een koppeling met onze softwareleverancier Nazca worden deze gegevens automatisch doorgestuurd naar de BRO.
Binnen de BRO worden verschillende soorten gegevens vastgelegd. Het gaat onder andere om milieuhygiënisch bodemonderzoek (SAD: Site Assessment Data). Vanaf 1 januari 2026 komt daar ook een tweede type bij: overheidsbesluiten over bodemverontreiniging (SLD: Site Legal Decision).
Overzetten van bestaande gegevens
Bodemonderzoeken van vóór 1 juli 2025 zijn in één keer overgezet naar de BRO. Ongeveer 90% van deze gegevens is succesvol verwerkt. De verwachting is dat ook de gegevens over overheidsbesluiten (SLD) dit jaar in één keer worden aangeleverd. De ODMH stemt hierover af met softwareleverancier Nazca.
Afstemming met gemeenten
De ODMH werkt samen met gemeenten en provincie aan een goede uitvoering van de BRO. In 2025 organiseerden wij elk kwartaal een werkgroep met de betrokken coördinatoren. Hier bespraken we ontwikkelingen rond bodemgegevens, maar ook thema’s zoals grondwater en geotechniek.
De ODMH volgt landelijke ontwikkelingen en zorgt dat gemeenten tijdig geïnformeerd zijn. Zo ondersteunen wij hen bij het voldoen aan de wettelijke verplichtingen en het beter benutten van bodemdata.

Onderzoek grondwaterkwaliteit bij oude stortplaatsen
De provincie Zuid-Holland voert samen met de omgevingsdiensten onderzoek uit naar de kwaliteit van het grondwater bij voormalige stortplaatsen. In Midden-Holland gaat het om vier locaties. De ODMH is betrokken bij de uitvoering in onze regio.
Hoewel deze stortplaatsen in het verleden al zijn onderzocht, maken nieuwe analysetechnieken het mogelijk om ook andere, eerder niet onderzochte stoffen aan te tonen. Het gaat daarbij onder andere om Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) en niet-genormeerde stoffen (NGS).
Aanleiding voor het onderzoek is een eerdere casus waarbij onverwacht schadelijke stoffen in het grondwater zijn aangetroffen. Dit heeft laten zien dat aanvullend onderzoek nodig is om een completer beeld te krijgen.
De geselecteerde locaties verschillen van type, zodat de resultaten een zo breed mogelijk beeld geven van mogelijke verontreinigingen. Het onderzoek richt zich op het vergroten van inzicht in stoffen die nog niet standaard worden meegenomen in monitoring en beoordeling.
De communicatie voor dit project wordt uitgevoerd door de provincie in samenspraak met de Omgevingsdienst West-Holland.
Diffuus lood

In de regio Midden-Holland komt op meerdere plekken lood in de bodem voor. Dit kan risico’s opleveren voor de gezondheid, vooral voor jonge kinderen. De ODMH ondersteunt gemeenten bij het beperken van deze risico’s en het informeren van inwoners.
Sinds de invoering van de Omgevingswet zijn gemeenten bevoegd gezag voor dit onderwerp. De ODMH werkt daarbij samen met gemeenten en de GGD in een regionale werkgroep. Samen zorgen wij voor eenduidige informatie en een gezamenlijke aanpak.
Bewustwording en communicatie
Het volledig saneren van lood in de bodem is in de praktijk niet haalbaar. Daarom ligt de nadruk op het verminderen van gezondheidsrisico’s door goede voorlichting. Samen met de GGD en gemeenten ontwikkelde de ODMH een communicatietoolkit met praktische adviezen voor inwoners, zoals handen wassen na het buitenspelen en het schoonhouden van de woning.
Deze informatie is in het voorjaar breed verspreid via gemeentelijke kanalen, lokale media en scholen. Inwoners kunnen met vragen terecht bij de ODMH of de GGD. De campagne wordt jaarlijks herhaald, voorafgaand aan het buitenspeelseizoen.
Beleidsontwikkeling
De Omgevingswet biedt gemeenten ruimte om zelf regels op te nemen over bodemkwaliteit. Dit is relevant, omdat uit onderzoek van onder meer het RIVM en de GGD blijkt dat de huidige landelijke normen mogelijk onvoldoende bescherming bieden.
De ODMH adviseert gemeenten daarom om strengere lokale normen voor lood in de bodem te overwegen. In 2025 zijn deze adviezen uitgewerkt in concrete voorstellen voor het omgevingsplan. Deze worden meegenomen bij de verdere ontwikkeling van beleidsregels.
Nieuwe regionale bodemkwaliteitskaart


De ODMH werkt namens de regiogemeenten aan een nieuwe regionale bodemkwaliteitskaart. Deze kaart geeft inzicht in de gemiddelde chemische kwaliteit van de bodem en helpt gemeenten bij het maken van keuzes over bodemgebruik en grondverzet.
De bestaande kaarten uit 2022 worden geactualiseerd met nieuwe gegevens uit bodemonderzoeken. Daarnaast wordt een nieuwe kaart opgesteld voor gewasbeschermingsmiddelen. Tot nu toe was deze informatie alleen beschikbaar voor de omgeving van Boskoop. Met de uitbreiding ontstaat een volledig regionaal beeld.
Een gespecialiseerd adviesbureau stelt de kaarten op. De ODMH begeleidt dit proces, onder meer door data aan te leveren, praktijkervaring in te brengen en samen met gemeenten keuzes te maken over de uitwerking.
Met de nieuwe bodemkwaliteitskaart kan grondverzet binnen en naar de regio eenvoudiger, sneller en goedkoper plaatsvinden. Dit ondersteunt onder andere de bouwopgave en andere ruimtelijke ontwikkelingen. Daarnaast vormen de nieuwe inzichten een belangrijke basis voor het bodembeleid in het omgevingsplan.
Regionaal Kennisschakelpunt Bodem (RSP)



In Midden-Holland is een regionaal kennisschakelpunt bodem en ondergrond (RSP) ingericht. Dit netwerk richt zich op het delen van kennis over bodemdaling, een belangrijk vraagstuk in deze regio. Gemeenten, waterschappen, kennisinstellingen en andere partners werken hierin samen om praktijkervaringen en inzichten uit te wisselen.
Het RSP organiseert zogeheten ‘RSP-specials’: bijeenkomsten waarin aan de hand van een concrete casus wordt gekeken naar vraagstukken in de openbare ruimte. Hierbij wordt kennis gedeeld over bijvoorbeeld bodemdaling, materiaalgebruik en beheer.
De eerste RSP-special van 2026 vond plaats bij het nieuwe gemeentehuis van de gemeente Krimpenerwaard. Tijdens deze bijeenkomst bespraken deelnemers de inrichting van de buitenruimte, de gebruikte ophoogmaterialen en de mogelijke monitoring van bodemdaling. Ook werd ter plaatse gekeken naar de uitvoering.
Door deze gezamenlijke aanpak leren gemeenten van elkaars ervaringen en kunnen zij beter onderbouwde keuzes maken bij inrichting en beheer van de openbare ruimte.
Raamcontract bodemonderzoek


De ODMH werkt met raamcontracten om onderzoeken voor gemeenten efficiënt en gezamenlijk in te kopen. Het gaat onder andere om bodem-, archeologische en ecologische onderzoeken. Hiermee kunnen gemeenten snel en tegen gunstige voorwaarden gebruikmaken van specialistische expertise.
Het eerdere raamcontract (gestart in 2024) bleek al binnen een jaar volledig benut. Door de grote vraag vanuit gemeenten was een nieuwe aanbesteding nodig. Deze is in 2025 uitgevoerd en heeft geleid tot een nieuw raamcontract, dat per 1 januari 2026 is ingegaan.
In dit nieuwe contract is het beschikbare budget aanzienlijk verhoogd en is het aantal gecontracteerde partijen uitgebreid van twee naar drie. Hiermee sluit het contract beter aan op de groeiende vraag en kunnen gemeenten flexibeler gebruikmaken van onderzoeksdiensten. Het raamcontract loopt tot en met 2029.
Naast bodem-, archeologisch en ecologisch onderzoek kunnen de geselecteerde partijen ook andere specialistische onderzoeken uitvoeren, zoals metingen aan wegverharding, sonderingen, bemalingsadviezen en onderzoek naar asbest in toepassingen. Hierdoor kan de ODMH gemeenten breder en integraal ondersteunen bij ruimtelijke projecten.
Met het vernieuwde raamcontract beschikken gemeenten over een flexibel en toekomstbestendig instrument om onderzoeken snel en doelmatig uit te voeren.

