
VTH Milieu
Vergunningverlening, toezicht & handhaving
Energie Opslag Systeem

Het wereldwijde energietransitievraagstuk heeft ook nationale, regionale en lokale gevolgen. We zien een forse stijging van het aantal energieopslagsystemen in de vorm van batterijen. In de gemeente Waddinxveen zijn er inmiddels drie energieopslagsystemen bekend. Een ervan is al gerealiseerd, twee zijn nog in ontwikkeling. We zien de energieopslagsystemen vaak in combinatie met zonnepanelen. Ze worden bij verschillende branches ingezet. Ook zien we combinaties met andersoortige bedrijfsmatige activiteiten.
Bij energieopslagsystemen wordt de ruimtelijke inpassing beoordeeld en worden (als dat van toepassing is) de aanvragen om omgevingsvergunningen (bouwactiviteit) behandeld. Daarnaast worden aan initiatiefnemers ambtshalve maatwerkvoorschriften opgelegd op grond van de zorgplicht vanuit het omgevingsplan of vanuit het Besluit activiteiten leefomgeving (als het energieopslagsysteem wordt gebruik ter ondersteuning van een milieubelastende activiteit). Er is een nauwe samenwerking tussen gemeente Waddinxveen, de Veiligheidsregio Hollands Midden en Omgevingsdienst Midden-Holland.
Cijfermatig overzicht vergunningverlening

In de Nota VTH 2023–2026 zijn de prioriteiten en doelen vastgelegd voor de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Jaarlijks wordt een aantal doelen extra uitgelicht. Voor 2026 is één van deze doelen het versterken van ketentoezicht. Hierbij richt de ODMH zich op het in beeld brengen van blinde vlekken in afvalketens, om zo milieuschade te voorkomen.
In de eerste maanden van 2026 heeft de ODMH, samen met andere Zuid-Hollandse omgevingsdiensten, gewerkt aan onderzoeken binnen de gezamenlijke pool Ketentoezicht en Administratief Toezicht (KT/AT-pool). Deze samenwerking maakt het mogelijk om complexe ketens integraal te onderzoeken.
De lopende onderzoeken richten zich onder andere op een composteerbedrijf en een afvalinzamelaar. Deze bedrijven vallen onder provinciaal bevoegd gezag, waarbij de DCMR Milieudienst Rijnmond verantwoordelijk is voor het reguliere toezicht. De onderzoeken vanuit de KT/AT-pool zijn aanvullend en richten zich op de bredere keten. In een later stadium kunnen ook gemeentelijke bedrijven in beeld komen als onderdeel van die keten.
Bij het composteerbedrijf is gestart met administratieve analyses van afvalstromen, bedrijfsvoering en registraties. Ook zijn vergunningen, meldingen en rapportageverplichtingen beoordeeld. Deze analyse vormt de basis voor de volgende fase van het onderzoek, waarin aanvullende informatie wordt opgevraagd.
Het onderzoek naar de afvalinzamelaar richt zich op het naleefgedrag van een internationaal opererend bedrijf met meerdere locaties in Zuid-Holland, waaronder twee binnen het werkgebied van de ODMH. Aanleiding hiervoor zijn signalen uit eerdere onderzoeken, waarbij afwijkingen zijn geconstateerd in de registratie en verwerking van afvalstromen.
De ODMH voert deze onderzoeken uit als integraal ketenonderzoek, waarbij administratief toezicht, data-analyse en fysieke controles worden gecombineerd. Hiermee ontstaat beter inzicht in de gehele keten en in mogelijke risico’s die anders buiten beeld blijven.
De onderzoeken zijn nog in uitvoering. Zodra er resultaten beschikbaar zijn die gedeeld kunnen worden, worden deze opgenomen in volgende rapportages.

Glastuinbouw
Managementsamenvatting – Glastuinbouwcontroles
Algemeen beeld
De ODMH heeft integrale milieucontroles uitgevoerd bij glastuinbouwbedrijven. Bij deze controles komen alle milieuaspecten aan de orde waarbij de nadruk lag op waterkwaliteit en bodembescherming. Over het algemeen is de naleving op orde en zijn er geen grootschalige milieuschendingen geconstateerd.
Belangrijkste bevindingen
- Waterkwaliteit: Analyseresultaten van watermonsters geven geen verontreinigingen weer die aanleiding geven tot handhaving.
- Bedrijfsaanpassingen: Enkele ondernemers hebben maatregelen genomen zoals waterdichte kasvloeren en teeltwijziging; een deel loopt risico de deadline van 2027 niet te halen.
- Monitoring en rapportage: UO-rapportages zijn aangescherpt en handhaving sinds 1 januari 2026 geeft beter inzicht in milieubelasting.
- Handhaving en naleving: In één geval is een last onder dwangsom opgelegd, wat leidde tot structurele naleving; eerder geconstateerde lekkages zijn opgelost.
- Incidenten: Twee incidenten met overgelopen vuildrainsilo’s zijn gemeld en technisch opgelost.
- Rioollozingen: Geen lozingen van ongezuiverd drainwater op het riool aangetroffen.
Ontwikkelingen en aandachtspunten
- Verdere implementatie van lekdichte voorzieningen blijft nodig.
- Monitoring van stikstofreductie is gestart.
- Het is nodig dat aanvullend onderzoek wordt uitgevoerd naar de zuurgraad (pH), het zoutgehalte (EC) en het nitraatgehalte in het afvalwater ten einde de controle op lozing van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen te kunnen verbeteren. Hiervoor dient extra meetapparatuur te worden aangeschaft. Op dit moment wordt onderzocht of hiervoor budget beschikbaar is.
Conclusie
De sector laat overwegend positieve naleving zien en zet stappen richting verduurzaming. Tegelijk blijft gerichte handhaving nodig, met name op waterdichtheid, rapportageverplichtingen en het voorkomen van incidenten.
Glastuinbouwcontroles
De ODMH heeft integrale milieucontroles uitgevoerd bij glastuinbouwbedrijven. Bij deze controles komen alle milieuaspecten aan de orde waarbij de nadruk lag op waterkwaliteit en bodembescherming. De belangrijkste bevindingen worden hieronder nader toegelicht.
Waterkwaliteit en bemonstering
Er zijn controles uitgevoerd bij glastuinbouwbedrijven die intensief gebruikmaken van omgekeerde osmose. Hierbij wordt het grondwater ontzilt en het brijn wordt teruggebracht in de bodem. Deze bedrijven zijn verzocht watermonsters aan te leveren. Hierbij zijn monsters van het te lozen brijn uit het tweede watervoerende pakket en
van het te onttrekken water uit het eerste watervoerende pakket geanalyseerd.
Uit de analyseresultaten blijkt dat er geen verontreinigingen zijn die aanleiding geven tot handhaving.
Aanpassingen aan bedrijfsvoering
Er zijn door een aantal ondernemers maatregelen genomen om de milieubelasting te beperken:
Twee tuinders hebben werkzaamheden uitgevoerd om de kasvloeren volledig waterdicht te maken.
Enkele andere ondernemers moeten nog een plan van aanpak opstellen om aan de eisen voor waterdichtheid te voldoen. Verwacht wordt dat niet alle bedrijven hiervoor de deadline van 2027 zullen halen.
Eén ondernemer is overgestapt van rozenteelt naar siergrassen, met als doel de uitspoeling van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen naar de bodem te verminderen.
UO-rapportages en monitoring
Er is bij één ondernemer vastgesteld dat maatregelen nodig zijn om de stikstofbelasting te reduceren. Dit wordt bereikt door toepassing van natriumarme meststoffen waardoor er minder geloosd hoeft te worden. Hierdoor is er minder stikstofbelasting. De effectiviteit hiervan wordt de komende jaren verder gemonitord.
Daarnaast zijn de verplichtingen rondom UO-rapportages aangescherpt:
Ondernemers moeten jaarlijks rapporteren over de samenstelling van het drainwater.
Metingen van nitraat- en ammoniumstikstof moeten eens per acht weken worden uitgevoerd.
Sinds 1 januari 2026 wordt actief gehandhaafd op deze verplichtingen.
Deze systematiek biedt de ODMH meer inzicht in de milieubelasting per teelttype en ondersteunt risico gestuurd toezicht.
Lekdichte voorzieningen en handhaving
De ODMH controleerde scherp op lekdichte containers voor de opvang van percolaatwater ter voorkoming van bodemverontreiniging. Er zijn twee bedrijven een last onder dwangsom opgelegd. Dit heeft al bij één bedrijf geleid tot structurele naleving. Lekkages naar de bodem komen daar niet meer voor.
Bodemlozingen en naleving
Een eerder geconstateerde lekkage van drainwater uit teeltgoten is na hercontroles verholpen. Er zijn sindsdien geen nieuwe overtredingen vastgesteld.
Ongewoon voorvallen
Bij de ODMH zijn afgelopen periode twee incidenten gemeld waarbij vuildrainsilo’s zijn overgelopen. De betrokken ondernemers hebben technische maatregelen genomen om herhaling te voorkomen ter bescherming van de bodem.
Rioleringsdebieten bij ondernemers
De ODMH controleerde enkele bedrijven op het aspect rioleringsdebieten en de herkomst van waterstromen. Hierbij is specifiek gekeken naar mogelijke lozingen van drainwater op het vuilwaterriool. Tot op heden zijn geen lozingen van ongezuiverd drainwater op het riool geconstateerd.
pH-, EC & nitraatmeter
De ODMH onderzoekt de inzet van aanvullende meetapparatuur (pH-, EC- en nitraatmeters) om het toezicht te versterken.



Cijfers
Ontvangen verzoeken milieubelastende activiteiten
Inwoners en bedrijven dienen hun plannen in via het Omgevingsloket (DSO: Digitaal Stelsel Omgevingswet). In de eerste vijf maanden van 2026 ontving de ODMH circa 900 milieugerelateerde verzoeken. Het merendeel bestaat uit informatieplichten (51%) en meldingen (38%). Vergunningaanvragen vormen een kleiner deel (10%).
De meeste verzoeken hebben betrekking op bodemactiviteiten, zoals het toepassen van grond en baggerspecie, graven in de bodem en bodemsanering. Dit laat zien dat bodem een belangrijk aandachtspunt blijft in de regio.
Uitgevoerde milieucontroles
In de eerste vijf maanden van 2026 voerde de ODMH in totaal 892 milieucontroles uit. Deze controles zijn gericht op het naleven van milieuregels en het voorkomen van risico’s voor de leefomgeving.


Veelvoorkomende milieuovertredingen
Op dit moment vindt de registratie van overtredingen nog niet op een uniforme wijze plaats, dit bemoeilijkt het opstellen van betrouwbare en vergelijkbare rapportages. Daarom registeren wij op dit moment de overtredingen gedurende een aantal maanden, zodat we een representatief beeld krijgen van de meest voorkomende overtredingen. Op basis hiervan ontwikkelen we een checklist. We integreren deze in ons zaaksysteem, zodat registratie van veel voorkomende overtredingen voortaan eenduidig verloopt. Daarmee wordt de rapportage sneller en consistenter, en hebben we meer inzicht.
Sinds april 2026 constateerden we de meeste overtredingen op het gebied van veiligheid (26). Hierbij gaat het onder andere om situaties waarin een grote stookinstallatie niet is gekeurd, opslagvoorzieningen voor gevaarlijke stoffen niet voldoen aan de geldende veiligheidseisen, of gasflessen onvoldoende tegen omvallen zijn beschermd. Op de tweede plaats volgt bodem (15). Voorbeelden hiervan zijn het ontbreken van een aaneengesloten verharding bij kleinschalige tankactiviteiten, het niet uitvoeren van grondwatermonitoring en het niet periodiek keuren van een olie- en slibafscheider.


Handhaving
Bij een overtreding krijgt de overtreder eerst de gelegenheid om deze te herstellen, gevolgd door een hercontrole. Blijft herstel uit, dan volgt een voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom (LOD) en daarna een definitieve LOD. In de tabel staat hoe vaak dit in onze regio is toegepast.
Periode t/m mei 2026, 6 gemeenten | Gerealiseerd | T.o.v. begroot |
Voornemen Last onder Dwangsom / bestuursdwang | 8 | 26% |
LOD/bestuursdwang | 4 | 17% |
Invorderingsbeschikking | 1 | 6% |
Milieuklachten
Inwoners kunnen 24/7 milieuoverlast, waarvan zij vermoeden dat deze door een bedrijf wordt veroorzaakt, melden bij de ODMH. In de eerste vijf maanden van 2026 zijn in totaal 353 milieuklachten ontvangen binnen de regio. Het betreft voornamelijk geluid- en geuroverlast. Het aantal en type klachten zijn vergelijkbaar met dezelfde periode in 2025.
Bij geluidhinder noemen klagers vooral bedrijvigheid, buren en recreatie als bron; bij geurhinder worden met name bedrijven aangewezen.
Afhandeling van klachten
Klachten handelen wij 24 uur per dag af. Milieuklachten ontvangen wij via 0888 – 333 555 of via het webformulier. Tijdens kantooruren neemt de backoffice telefonische meldingen direct aan. Als het nodig is zetten zij de klacht door naar een wachtdienstmedewerker milieu. De backoffice doet dit ook met de klachten die we via het webformulier ontvangen. De indiener krijgt een ontvangstbevestiging en, indien mogelijk, een eerste indicatie over het afhandelen van de klacht. Buiten kantooruren neemt de DCMR Milieudienst Rijnmond namens de ODMH de telefoon aan.
De wachtdienstmedewerker beoordeelt klachten op urgentie. Urgente meldingen worden direct opgepakt, de wachtdienstmedewerker gaat ter plaatse. Eventueel in samenwerking met de ODMH medewerker die het betreffende dossier in behandeling heeft. Minder urgente meldingen handelt de dossierverantwoordelijke tijdens kantooruren af. De melder ontvangt een terugkoppeling over de ondernomen actie.
Regionale milieudoelen: ketentoezicht

In de Nota VTH 2023–2026 zijn de prioriteiten en doelen vastgelegd voor de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Jaarlijks wordt een aantal doelen extra uitgelicht. Voor 2026 is één van deze doelen het versterken van ketentoezicht. Hierbij richt de ODMH zich op het in beeld brengen van blinde vlekken in afvalketens, om zo milieuschade te voorkomen.
In de eerste maanden van 2026 heeft de ODMH, samen met andere Zuid-Hollandse omgevingsdiensten, gewerkt aan onderzoeken binnen de gezamenlijke pool Ketentoezicht en Administratief Toezicht (KT/AT-pool). Deze samenwerking maakt het mogelijk om complexe ketens integraal te onderzoeken.
De lopende onderzoeken richten zich onder andere op een composteerbedrijf en een afvalinzamelaar. Deze bedrijven vallen onder provinciaal bevoegd gezag, waarbij de DCMR Milieudienst Rijnmond verantwoordelijk is voor het reguliere toezicht. De onderzoeken vanuit de KT/AT-pool zijn aanvullend en richten zich op de bredere keten. In een later stadium kunnen ook gemeentelijke bedrijven in beeld komen als onderdeel van die keten.
Bij het composteerbedrijf is gestart met administratieve analyses van afvalstromen, bedrijfsvoering en registraties. Ook zijn vergunningen, meldingen en rapportageverplichtingen beoordeeld. Deze analyse vormt de basis voor de volgende fase van het onderzoek, waarin aanvullende informatie wordt opgevraagd.
Het onderzoek naar de afvalinzamelaar richt zich op het naleefgedrag van een internationaal opererend bedrijf met meerdere locaties in Zuid-Holland, waaronder twee binnen het werkgebied van de ODMH. Aanleiding hiervoor zijn signalen uit eerdere onderzoeken, waarbij afwijkingen zijn geconstateerd in de registratie en verwerking van afvalstromen.
De ODMH voert deze onderzoeken uit als integraal ketenonderzoek, waarbij administratief toezicht, data-analyse en fysieke controles worden gecombineerd. Hiermee ontstaat beter inzicht in de gehele keten en in mogelijke risico’s die anders buiten beeld blijven.
De onderzoeken zijn nog in uitvoering. Zodra er resultaten beschikbaar zijn die gedeeld kunnen worden, worden deze opgenomen in volgende rapportages.

Indirecte lozingen
De ODMH werkt aan het voorkomen van milieuschade door te beperken dat schadelijke stoffen via het riool in het oppervlaktewater terechtkomen. Dit draagt bij aan een betere waterkwaliteit en aan het behalen van de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW).
In 2026 richt de ODMH zich op het in beeld brengen en beoordelen van zogenoemde indirecte lozingen bij bedrijven. Binnen het bedrijvenbestand zijn 189 vergunningsplichtige bedrijven geïdentificeerd. Bij 112 bedrijven blijkt geen sprake te zijn van relevante lozingen van schadelijke stoffen. De aandacht richt zich daarom op de overige 77 bedrijven.
Van deze groep is vastgesteld dat bij vier bedrijven de vergunning moet worden aangepast. Bij 30 bedrijven is dit op dit moment niet nodig. Voor een deel van de bedrijven worden nog aanvullende gegevens verzameld, bijvoorbeeld over lozingen of gebruikte stoffen. Dit helpt om beter te bepalen waar risico’s aanwezig zijn.
Daarnaast kijkt de ODMH ook naar de meldingsplichtige bedrijven. Op basis van een risicoanalyse zijn 125 bedrijven geselecteerd waar mogelijk relevante stoffen worden geloosd. Voor deze groep worden gegevens opgevraagd en bedrijven geselecteerd voor nadere beoordeling. Waar nodig wordt het gesprek aangegaan om passende maatregelen te bepalen.
De ODMH werkt hierbij nauw samen met de provincie, waterschappen en gemeenten, onder andere in een gezamenlijke koplopersgroep. Door kennis en ervaringen te delen, wordt de aanpak verder ontwikkeld en versterkt.
Met deze gerichte aanpak krijgt de ODMH beter inzicht in risico’s en kan effectiever gestuurd worden op het beschermen van de waterkwaliteit.
Toezicht op informatie- & energiebesparingsplicht

De ODMH houdt toezicht op de naleving van de informatie- en energiebesparingsplicht bij bedrijven en instellingen. Deze verplichtingen gelden voor organisaties met een jaarlijks energieverbruik vanaf 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m³ aardgas. Doel is om energieverbruik te verminderen en zo bij te dragen aan de energietransitie.
Tijdens energiecontroles toetst de ODMH of bedrijven de verplichte energiemaatregelen uitvoeren. Daarnaast kijken wij naar belemmeringen bij verduurzaming, zoals netcongestie, en naar mogelijkheden om energieverbruik beter inzichtelijk te maken en te verminderen.
Uitgevoerde controles
In uw gemeente zijn in de eerste periode van 2026 18 energiecontroles uitgevoerd. Hieruit blijkt dat veel bedrijven al stappen hebben gezet in energiebesparing, maar dat er nog aanzienlijke verbeterkansen zijn.
Veelvoorkomende aandachtspunten zijn:
het structureel monitoren van energieverbruik;
het energiezuiniger instellen van installaties;
het nemen van (aanvullende) isolatiemaatregelen;
het omgaan met beperkingen door netcongestie.
De ODMH zet hierbij in op zowel stimulering als handhaving. Hiermee ondersteunen wij bedrijven bij het verder terugdringen van energiegebruik en het wegnemen van belemmeringen voor verduurzaming.
